Het verschil tussen (‘s) morgen(s) en (‘s) ochtend(s)

In het Nederlands bestaan er een hoop verwarwoorden: woorden die je vaak door elkaar gebruikt. Woorden die je verwarren. Vaak is dat simpel en snel op te lossen. In deze blogreeks ‘Verwirwarwoorden’ leg ik je kort en helder uit wat precies het verschil is en wanneer je welk woord moet gebruiken. Deze keer: (’s) morgen(s) en (‘s) ochtend(s).

De korte versie

(‘s) Morgen(s) betekent het eerste deel van de dag.

(’s) Ochtend(s) betekent morgen.

De lange(re) versie

Say whaaaaat?! Nee, het is geen mindfuck, zeker niet op deze vroege ochtend, euh, morgen. Zoek je in het woordenboek morgen op, dan leest de betekenis het aanbreken van de dag en het eerste deel van de dag. Bij ochtend krijg je de korte en krachtige versie, de betekenis is hier namelijk morgen. Lekker tegenstrijdig op z’n Nederlands dus. 😉

Maar wacht! Dat korte en krachtige bij ochtend kun je doortrekken. Er is namelijk geen officieel verschil in betekenis tussen de twee verwarwoorden, het is eerder een kwestie van smaak. En die smaak zegt dat de morgen de gehele voormiddag op zich neemt (van 6 tot 12) en dat de ochtend korter is dan de hele morgen. Je kunt het dus zien als: opstaan in de ochtend, en daarna nog douchen, kleren aantrekken, fietsen, treinen en lopen naar het werk. In de morgen, jep. 😉

Morgen wordt trouwens ook als wat formeler en netter gezien, terwijl ochtend wat meer spreektaal is.

Ezelsbruggetje

Denk bij morgen ook aan de betekenis: de dag na vandaag. Dat duurt nog even, want het is nu nog vandaag. Maar morgen neemt een hele dag in beslag. Morgen is dus ook een groot dagdeel. Groter dan ochtend.

Of neem de shortcut: ochtend begint met de o van opstaan. Simpel, toch? 😉

Oefenzinnen

  1. ‘s ……s moet ik altijd eerst koffie hebben, anders krijg je mij niet wakker.
  2. “Ze zei nog zo dat Bart niet houdt van ontbijtjes op bed op de vroege …… .”
  3. De hele afdeling wist de volgende …… wat ze hadden uitgespookt.
  4. Anna gaat altijd …… hardlopen, nog voor het werk.
  5. …… stond heeft goud in de mond. (yeah right ;))
  6. De hele …… moest ik aanhoren wat hij in het weekend had gedaan.
  7. Ik kan ‘s ……s nooit mijn bed uit.
  8. Aan het eind van de …… had ik zoveel honger dat ik m’n lunch vroeger opat.

Meer weten over Nederlandse verwirwarwoorden? Check dan mijn vorige blogs in deze reeks: mits vs tenzij en bloot vs naakt!

Bronnen: de Taalstaat, van Dale

Doe mee met de conversatie

2 reacties

  1. Is het ’s morgens of is het s’morgens? Dus de apostrof voor of na de s? ’s Is logischer omdat er voor de s letters weggelaten zijn. Maar het tweede zie ik veel vaker gebruikt worden.

    1. Het is ’s morgens, inderdaad omdat er letters zijn weggelaten voor de ’s (net als bij ‘s-Hertogenbosch bijvoorbeeld). Ik zie s’ ook vaak voorkomen, ondanks dat het niet klopt, maar ik zou niet zo snel weten waarom die fout wordt gemaakt.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *