tussenletters-in-samenstellingen-koningsdag

Tussenletters in samenstellingen: Koningsdag, Koninginnedag en Prinsessedag

Vandaag kleurt heel Nederland weer oranje: het is Koningsdag. Tot vijf jaar geleden vierden we jaarlijks op 30 april Koninginnedag, terwijl het zelfs in de negentiende eeuw is ontstaan als Prinsessedag. Allemaal ter ere van onze staatshoofden: van Wilhelmina tot aan Willem-Alexander. Maar waarom is het Koningsdag en niet Koningendag? Hoe zit het nou precies met de regels over tussenletters in samenstellingen?

Soorten samenstellingen

Te beginnen bij het begin: wat is nou precies een samenstelling? Een samenstelling bestaat uit twee woorden die samen worden gevoegd tot een nieuw woord. Denk bijvoorbeeld aan feestdag, vrijmarkt, feloranje en koekhappen. Een belangrijke voorwaarde: beide woorden moeten ook zelfstandig gebruikt kunnen worden en dus los van elkaar ook betekenis hebben. Hierdoor vallen woorden als opvolging, hoogheid en rijkdom af. Bij sommige samenstellingen moeten nog één of meerdere letters worden toegevoegd en heb je de keuze uit vier mogelijkheden: -e, -en, -s, -er. Laatstgenoemde zorgt niet vaak voor verwarring, denk aan kinderspelen, dus de focus in dit artikel ligt op de overige drie mogelijkheden.

De hoofdregels voor -e & -en

Er zijn twee belangrijke vragen bij het vaststellen van een -e of -en als verbindingsklank:

– Is het eerste woord van de samenstelling een zelfstandig naamwoord?
– Eindigt het meervoud van het eerste deel alleen op -en (en niet op -s)?

Kun je beide vragen met ‘ja’ beantwoorden? Kies dan voor -en. Is een van de twee vragen of beide vragen met ‘nee’ beantwoord? Kies dan voor -e.

Voorbeeld -en: spin + web = spinnenweb, want het eerste woord verwijst naar de spin, waarvan het meervoud spinnen is.

Voorbeeld -e: spin + wiel = spinnewiel, want het eerste woord verwijst naar het werkwoord spinnen en niet naar het diertje met acht poten.

Maar helaas, waar er regels zijn, zijn er natuurlijk ook uitzonderingen. En die heeft het Nederlands genoeg! 😉 Bijvoorbeeld, je wilt een samenstelling maken van zon + bril. Ondanks het woord zon een zelfstandig naamwoord is, is het uniek in ons zonnestelsel. Onze planeet draait namelijk niet rond meerdere zonnen. En daarom is het zonnebril.

De hoofdregel voor -s

De regel voor de tussen-s is gelukkig een stuk makkelijker; zowel om te onthouden als om te gebruiken. Wanneer je een -s hoort, dan schrijf je deze ook. Staat + hoofd wordt dan staatshoofd. Je zegt namelijk niet staathoofd. Soms zijn beide opties wél mogelijk: geluidoverlast en geluidsoverlast zijn allebei correct. Maar wat moet je doen als het tweede deel van een samenstelling al met een s begint? Schrijf je volk + spel dan met een dubbele s? Om erachter te komen kun je het tweede woord van de samenstelling vervangen door een woord dat niet met een s begint. Je vervangt spel door raad en krijgt: volksraad. Dan is het ook logisch om de samenstelling te schrijven met een dubbele s: volksspel.

En waarom het dan toch Koningsdag is en niet Koningendag? Omdat deze dag niet in het teken staat van alle koningen ter wereld, maar de onze. Uniek in zijn soort. 😉 Vergelijk het met Moederdag: op die dag gaan we ook niet moeders van vrienden en kennissen feliciteren, maar staat onze eigen moeder in de schijnwerpers.

Bron: Snelspelwijzer Onze Taal – Wim Daniëls

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.